Vanavond geprobeerd mijn lief te porren voor een oude film, maar zij verkoos modernere bezigheden. 'Her loss', zoals ze in het engels zeggen, want ik heb toch maar mooi The creature from the Black Lagoon gezien. En die is, dat weet eenieder, niet te missen.
Oorspronkelijk in 3D, maar zo geavanceerd kan ik niet downloaden, dus ik deed het ouderwets 2D. Bij zo'n oude zwart-wit film past dat ook prima.
Deze film, uit 1954, is met recht een klassieker. Er is geen moderne monsterfilm die niet schatplichtig is aan dit meesterwerk.
De film begint met Wazige Beelden begeleid door bombastische orkestmuziek, van die lekker overdreven jaren '50 filmmuziek. Prachtig! Dan volgt er een voice-over, die mag natuurlijk niet ontbreken.
Wat ik geinig vind aan die voice-over is dat hij gaat over het thema evolutie. In 1954 leek me dat in conservatief Amerika nog best een gevoelig onderwerp, maar in deze film, en dat de hele film lang, is het alles evolutie wat de klok slaat. Dat spreekt me aan.
Die voice-over dus, die vertelt ons dat de aarde lanzaam afkoelde en dat en ontelbaar veel soorten organismen zijn ontstaan. Nou, dat belooft. Wij zoomen in op het Braziliaans regenwoud, waar belangrijk paleontologisch onderzoek gaande is...
Vervolgens zien we een amerikaanse Wetenschapper, die door zijn twee pijnlijk politiek-incorrect gecastete hulpjes (denk Hiawatha) erop geattendeerd wordt dat er iets bijzonders is gevonden in de opgraving. Een vreemde klauw, 'I have never seen anything like it'.
En deze wetenschapper reist onverwijld af naar een Wetenschapelijk Instituut, voor nadere analyse. En ontmoet daar de held van onze film, een andere Wetenschapper. Aangezien deze Wetenschapper de held van de film zal zijn, is het een gebronsde donkerharige knapperd, met al even bevallige vriendin. Zij is volgens het script ook wetenschapper, maar vreemd genoeg is haar enige rol in de film in badpak rondzwemmen en gillen. Maar ik ben een kniesoor.
Daar wordt een heuse expeditie van een man of acht op poten gezet om dit bijzondere fossiel uit te graven, onder leiding van een blonde knapperd. De blonde en de donkere knapperd liggen elkaar niet, maar ik bespeurde een homo-erotische ondertoon. Zal wel aan mij liggen.
Eenmaal aanbeland bij de vindplaats van De Klauw, komen onze helden erachter dat Pablo en Hiawatha zijn omgelegd door Het Beest, maar dat weerhoudt hen niet om nog acht dagen te blijven en vrolijk door te graven. Helaas vinden ze geen botje, zelfs geen haartje - wat wel merkwaardig is, maar ik ben een kniesoor.
Dan komen ze, Lyell zij geprezen, op het lumineuze idee om dan maar een baai, de Black Lagoon, te gaan uitdiepen in de hoop dat daar nog botten liggen. Logisch.
De inheemse kapitein van hun expeditie-schip, die uiteraard sigaren rookt, maakt in gebroken spaans-engels nog het grapje dat 'niemand ooit terugkeerde uit de Black Lagoon'. Voor mensen die weleens The A-Team keken, deze kapitein was exact dezelfde, maar dan anders, als die Zuid-Amerikaanse kapitein uit die dubbelaflevering met 'Miester Doylie'. Daarmee houdt de gelijkenis met The A-Team niet op, want het Monster, dat we dan inmiddels al kort in beeld hebben gehad, lijkt als twee druppels water op dat groene monsterpak waarin Hannibal uit The A-Team zich hult in de intro van The A-Team. (Nog deze terzijde: in Brazilie is de voertaal Portugees)
Eenmaal in de Black Lagoon aangekomen, gaan de heren duiken naar botjes, in een eindeloze onderwaterscene, waarin zij worden gadegeslagen door het Monster. Daarna gaat onze bevallige heldin lekker zwemmen, terwijl de heren zich wijden aan wetenschap bedrijven op hun buit. En wordt de heldin bijna gepakt door het Monster.
Je kunt deze film ook met je ogen dicht kijken, trouwens. Als je blaasinstrumenten 'Da-da-DAAAAA!' hoort doen, dan is het monster in beeld. Als je lieftallige strijkers hoort, dan zie je onze heldin. En wat kijkt die man in dat rubberen pak eigenlijk raar naar dat meiske?
'Maar meisje, het is gevaarlijk om zo ver van de boot te zwemmen!', roepen dan de mannen en varen naar haar toe. Let wel: we hebben het niet over een of ander bootje, maar over een binnenschip van 20, misschien wel 30 meter. Niet het soort schip waarmee je eenvoudig even 50 meter verder vaart. Maar ik ben een kniesoor.
Hoe dan ook, het monster scheurt vervolgens een net aan stukken, en onze hoofdrolspelers vermoeden onraad. En gaan weer zwemmen (de zwemscenes in 3D waren vast heel spectaculair). Met camera en harpoen. En schieten het monster een harpoen door z'n kneiter. Helaas is de foto mislukt.
Wat volgt zijn vismethoden die anno 2010 als buitengewoon milieuonvriendelijk te boek staan, met gif en zo. Maar helaas. In de tussentijd, of was het daarvoor, heeft het monster een van de spaans sprekende figuranten omgelegd. Niettemin willen onze helden niets liever dan het Monster vangen. Dus gaan de heren, u raadt het al, zwemmen. En wederom volgen schier eindeloze onderwaterscenes.
Uiteindelijk ontdekken ze de grot van rubber-pak-man, maar die is alweer naar buiten gesneld, en vindt daar op het strand een Wetenschapper, in gezelschap van onze heldin. De Wetenschapper heeft een geweer bij zich, want ze zijn nu immers op hun hoede, en gaat het monster dus met blote vuist te lijf. Onze heldin kijkt angstig toe van achter een palmboom. Ach jee, de wetenschapper delft het onderspit! En het monster komt op de heldin af. Zij is natuurlijk ook Wetenschapper, dus wat kan zij anders doen dan zich met een amechtige gil achterwaarts in het zand te laten vallen? Het Monster pakt haar op! (voelt u al een thema?). Maar gelukkig, de donkere en de blonde helden schieten te hulp, en schakelen het monster uit. Voor nu. 'Ach liefje, ik was zo bang', en ze omhelzen elkaar.
We zijn dan pas halverwege de film, dus onze helden maken een kooi voor rubber-pak-man. Op het schip, van bamboe en touw. En ze zetten een Wetenschapper op wacht. Foute boel natuurlijk, je kunt erop wachten dat die na het roken van zijn pijp in slaap valt. Want dat doen Wetenschappers. Net als je denkt 'nu zal het Monster gaan ontsnappen', wordt hij echter gewekt door onze heldin, die niet kan slapen. En hebben zij op het voordek een diep gesprek over wetenschap, evolutie, ruimtevaart en wat niet al. En horen zij niet dat rubber-pak-man anderhalve meter verderop alsnog uit zijn kooi breekt. En pijprokende Wetenschapper mutileert. En de lagune inplonst.
Beraad volgt, blonde knapperd en donkere knapperd verschillen van mening. De eerste gaat voor het geld en de sensatie, de laatste voor persoonlijke veiligheid en gedegen onderzoek op later tijdstip. De laatste wint. Dus zij varen weg.
Maar wacht, bij de uitgang van de lagune ligt een tak in het water! Die lag er niet toen ze binnenvoeren. Het Monster heeft die daar neergelegd! Omdat je met een schip van een paar duizend ton niet over een forse tak heen kunt varen, zitten ze nu in de val. Ach en wee.
Er volgen diverse scenes waarin men poogt de tak weg te halen met de takel van het schip. Daarbij worden ze telkens weer dwarsgezeten door rubber-pak-man. De blonde knapperd, die tegen de zin van de donkere knapperd toch het water in ging om te helpen, de mispunt, komt jammerlijk aan zijn eind. Rubber-pak-man klimt weer eens op de boot en schaakt -opnieuw!- onze wulpse heldin. Dat geile stuk half-vis half-mens! Plons, en daar verdwijnt hij met haar in zijn klauwen.
Waarop de donkere knapperd haar gaat zoeken. En, u raadt het al, hij in een handgemeen met het Monster verzeilt raakt. Maar gelukkig zijn daar nog de kapitein en een overgebleven anonieme spanjool. Die schieten rubber-pak-man recht voor zijn kanis. Rubber-pak-man wankelt. Net voordat ze het genadeschot willen toedienen roept de donkere, nobele knapperd: 'Nee!' (zo van: het is maar een dier, dat vecht voor zijn bestaan, etc. etc.) Het Monster wankelt terug naar het water. Hij zwemt nog enkele meters. En sterft...
'The End'
Tijdloze, adembenemende cinema.
27 januari 2010
23 januari 2010
Paradijs
Vanavond zowaar een kwaliteitsfilm gezien. Niet op RTL Braak of SBS Wilders, maar op Nederland 2. Zonder reclame dus, het is met geen pen te beschrijven wat een verademing dat kan zijn. Vroeger zetten ze er in de krant bij 'onderbroken door reclame', dat was al een reden om een film niet te kijken. Reclame, ik heb er zo ongelooflijk de schurft aan.
Hoe dan ook, ik dwaal weer eens af. Deze film, Paradise Now, had ik gemist in het reguliere circuit. Ik mis de laatste jaren veel te veel films in het reguliere circuit, mijn goede voornemen voor 2010 is bij deze vastgesteld.
Paradise Now, van en Nederlands-Palestijnse regisseur, gaat over de laatste uren van twee Palestijnse jongemannen die een zelfmoordaanslag gaan plegen in Tel Aviv.
Daar kun je een spektakelfilm van maken, met Veel Dreigende Muziek, maar in deze film gebeurt dat nu juist niet. Dat is een van de dingen die het tot een kwaliteitsfilm maken.
In Paradise Now wordt eigenlijk gewoon weinig anders gedaan dan dat deze twee mannen op de voet gevolgd worden voor en tijdens deze actie. Waarin de menselijke factor in beeld gebracht wordt, zonder opsmuk, zonder effectbejag. Je maakt kennis met deze twee ogenschijnlijk doodnormale mannen, die niet zozeer toevallig, maar wel bijna als vanzelfsprekend, tot een gruweldaad bereid zijn over te gaan. Een gruweldaad, die vanuit hun perspectief een welhaast logisch voortvloeisel is van hun sociale situatie. Wat ik persoonlijk het mooie aan deze film vond, is dat er geen standpunt wordt ingenomen over dat hele vervloekte Israel-Palestina conflict. Hij toont slechts.
Fascinerende film, die ik iedereen aanraad.
Hoe dan ook, ik dwaal weer eens af. Deze film, Paradise Now, had ik gemist in het reguliere circuit. Ik mis de laatste jaren veel te veel films in het reguliere circuit, mijn goede voornemen voor 2010 is bij deze vastgesteld.
Paradise Now, van en Nederlands-Palestijnse regisseur, gaat over de laatste uren van twee Palestijnse jongemannen die een zelfmoordaanslag gaan plegen in Tel Aviv.
Daar kun je een spektakelfilm van maken, met Veel Dreigende Muziek, maar in deze film gebeurt dat nu juist niet. Dat is een van de dingen die het tot een kwaliteitsfilm maken.
In Paradise Now wordt eigenlijk gewoon weinig anders gedaan dan dat deze twee mannen op de voet gevolgd worden voor en tijdens deze actie. Waarin de menselijke factor in beeld gebracht wordt, zonder opsmuk, zonder effectbejag. Je maakt kennis met deze twee ogenschijnlijk doodnormale mannen, die niet zozeer toevallig, maar wel bijna als vanzelfsprekend, tot een gruweldaad bereid zijn over te gaan. Een gruweldaad, die vanuit hun perspectief een welhaast logisch voortvloeisel is van hun sociale situatie. Wat ik persoonlijk het mooie aan deze film vond, is dat er geen standpunt wordt ingenomen over dat hele vervloekte Israel-Palestina conflict. Hij toont slechts.
Fascinerende film, die ik iedereen aanraad.
20 januari 2010
Mort
Laatst Mort gelezen, een boek uit de Discworld reeks van Terry Pratchett. Over de doldwaze avonturen van de 17-jarige puber Mortimer, Mort, in het kort, die door de Dood wordt ingehuurd als hulpje. Als stagiair, zeg maar.
In de boeken van Terry Pratchett wordt altijd met realiteit gegoocheld, maar wel altijd met een knipoog naar echte wetenschap. Dat is een deel van de aantrekkingskracht van de boeken, voor mij en met mij velen.
De Dood, zo moet je weten, behalve dat hij ALTIJD IN HOOFDLETTERS SPREEKT, houdt van elk leven op Discworld een zandloper bij. Is de zandloper bijna doorgelopen, dan trekt de dood eropuit om de ziel van de arme ziel op te halen. Immers, zoals hij zelf zegt: doodgaan heeft geen zin als je niet sterft. Dat is dus logisch, zou de grote aardse filosoof JC zeggen.
Ik ga hier niet het verhaal proberen na te vertellen, maar aan het einde van het boek, na veel gesteggel, draait de Dood, vlak voordat hij helemaal is doorgelopen, op het laatste moment de zandloper van Mort om. En blijft Mort leven, verandert de realiteit, en trouwt Mort met de dochter van de Dood, blabla.
Op een van de laatste bladzijden van het boek vraagt die dochter, of Mort zelf, dat zou ik moeten nazoeken, aan de Dood hoeveel tijd hij nog nu te gaan heeft, na deze tweede kans. Waarop de Dood een ontwijkend antwoord geeft, maar suggereert dat het nog vele, vele jaren zullen zijn.
En daar zit ik dus mee. Het is niet dat ik ervan wakker lig, maar het knaagt toch. Want ik meen te weten hoeveel jaar dat zullen zijn. Immers, Mort is 17, en de zandloper werd omgedraaid vlak voordat hij was doorgelopen. Nu ben ik geen wis- of natuurkundige, maar volgens mij leeft hij dan dus nog 17 jaar! Of ben ik nou gek?
In de boeken van Terry Pratchett wordt altijd met realiteit gegoocheld, maar wel altijd met een knipoog naar echte wetenschap. Dat is een deel van de aantrekkingskracht van de boeken, voor mij en met mij velen.
De Dood, zo moet je weten, behalve dat hij ALTIJD IN HOOFDLETTERS SPREEKT, houdt van elk leven op Discworld een zandloper bij. Is de zandloper bijna doorgelopen, dan trekt de dood eropuit om de ziel van de arme ziel op te halen. Immers, zoals hij zelf zegt: doodgaan heeft geen zin als je niet sterft. Dat is dus logisch, zou de grote aardse filosoof JC zeggen.
Ik ga hier niet het verhaal proberen na te vertellen, maar aan het einde van het boek, na veel gesteggel, draait de Dood, vlak voordat hij helemaal is doorgelopen, op het laatste moment de zandloper van Mort om. En blijft Mort leven, verandert de realiteit, en trouwt Mort met de dochter van de Dood, blabla.
Op een van de laatste bladzijden van het boek vraagt die dochter, of Mort zelf, dat zou ik moeten nazoeken, aan de Dood hoeveel tijd hij nog nu te gaan heeft, na deze tweede kans. Waarop de Dood een ontwijkend antwoord geeft, maar suggereert dat het nog vele, vele jaren zullen zijn.
En daar zit ik dus mee. Het is niet dat ik ervan wakker lig, maar het knaagt toch. Want ik meen te weten hoeveel jaar dat zullen zijn. Immers, Mort is 17, en de zandloper werd omgedraaid vlak voordat hij was doorgelopen. Nu ben ik geen wis- of natuurkundige, maar volgens mij leeft hij dan dus nog 17 jaar! Of ben ik nou gek?
19 januari 2010
Dakloos
Ik woon bij mijn lief op een bovenetage. Dat heb ik netjes zo bij de gemeente geregeld. Ik schreef me uit van mijn oude adres, en schreef me in op mijn nieuwe adres, compleet met schriftelijke instemming van mijn lief.
Daarmee leek de huiskous af. Niets was echter minder waar.
Per half 2009 is er een wet BAG (Basisregistraties Adressen en Gebouwen). Die schrijft voor, dat gemeenten verplicht zijn basisgegevens over gebouwen en adressen te registreren in één geautomatiseerd systeem; de Landelijke Voorziening BAG. Als je wat verder leest, staat er, dat die verplichting voor gemeenten eigenlijk pas ingaat in 2011.
Het zal allemaal wel, hoor ik u denken. Maar wat is het geval? Wij wonen in een gesplitst pand. Er bevinden zich dus twee huishoudens op ons adres. De benedenburen waren voorheen nummer 'X'. Wij waren nummer 'X-2'. Dus hetzelfde nummer, met de toevoeging '2'. Die toevoeging voegde niets toe, hij was gewoon makkelijk. Voor de overheid woonde ik op nummer X.
De gemeente waarin ik woon heeft nu in al zijn voortvarendheid besloten, dat dat niet langer zo kon. Het was een werkend systeem, dat voor iedereen prima werkte, dus dan heb je als overheid de taak om dat te verstieren. Denk maar aan de privatisering van ziekenhuizen, en een ander prachtig recent voorbeeld is de OV-chip kaart, terecht gekozen tot grootste flater van 2009.
Hoe dan ook, de gemeente liet mij per officiele brief weten, dat ik per eind vorig jaar niet langer woonachtig ben op nummer 'X', maar op nummer 'X-A'. Ik hoor u nog steeds denken: lekker belangrijk.
Echter, adres 'X-A' bestaat niet voor de BAG. In dat systeem sta ik geregistreerd op nummer X. Maar daar woon ik volgens de gemeente dus niet. Op papier ben ik nu dakloos! En dat is buitengewoon lastig als je iets van de overheid wilt.
Ik heb mijn vraag voorgelegd aan de gemeente. Daar kreeg ik, zoals verwacht, een niet terzake kundige, slecht nederlands sprekende callcentre-troela te spreken. Die mij uiteraard geen antwoord kon geven. Maar mij wel beloofde dat ik binnen twee dagen wordt teruggebeld.
Ik wacht in spanning af...
Daarmee leek de huiskous af. Niets was echter minder waar.
Per half 2009 is er een wet BAG (Basisregistraties Adressen en Gebouwen). Die schrijft voor, dat gemeenten verplicht zijn basisgegevens over gebouwen en adressen te registreren in één geautomatiseerd systeem; de Landelijke Voorziening BAG. Als je wat verder leest, staat er, dat die verplichting voor gemeenten eigenlijk pas ingaat in 2011.
Het zal allemaal wel, hoor ik u denken. Maar wat is het geval? Wij wonen in een gesplitst pand. Er bevinden zich dus twee huishoudens op ons adres. De benedenburen waren voorheen nummer 'X'. Wij waren nummer 'X-2'. Dus hetzelfde nummer, met de toevoeging '2'. Die toevoeging voegde niets toe, hij was gewoon makkelijk. Voor de overheid woonde ik op nummer X.
De gemeente waarin ik woon heeft nu in al zijn voortvarendheid besloten, dat dat niet langer zo kon. Het was een werkend systeem, dat voor iedereen prima werkte, dus dan heb je als overheid de taak om dat te verstieren. Denk maar aan de privatisering van ziekenhuizen, en een ander prachtig recent voorbeeld is de OV-chip kaart, terecht gekozen tot grootste flater van 2009.
Hoe dan ook, de gemeente liet mij per officiele brief weten, dat ik per eind vorig jaar niet langer woonachtig ben op nummer 'X', maar op nummer 'X-A'. Ik hoor u nog steeds denken: lekker belangrijk.
Echter, adres 'X-A' bestaat niet voor de BAG. In dat systeem sta ik geregistreerd op nummer X. Maar daar woon ik volgens de gemeente dus niet. Op papier ben ik nu dakloos! En dat is buitengewoon lastig als je iets van de overheid wilt.
Ik heb mijn vraag voorgelegd aan de gemeente. Daar kreeg ik, zoals verwacht, een niet terzake kundige, slecht nederlands sprekende callcentre-troela te spreken. Die mij uiteraard geen antwoord kon geven. Maar mij wel beloofde dat ik binnen twee dagen wordt teruggebeld.
Ik wacht in spanning af...
17 januari 2010
Groen
Klussen. Ons huis is er klaar voor. Ik ben dat niet. Ik haat klussen. Ik haat het tot in het merg van mijn beenderen. Wat zeg ik? Ik haat het tot in mijn celkernen. Wat zeg ik? Ik haat het tot in mijn mitochondriaal DNA!
Ik hou er echt heel erg niet van.
Maar het moet wel gebeuren. Onlangs hebben we een badkamer aangelegd. Niet zelf, dat lieten we doen. Trouwe volgers van mijn Pien weten dat dat geen kat-in-het-bakkie was, dat had wat voeten in aarde.
Maar het is allemaal gelukt, en nog redelijk binnen budget ook. Hoera!
Er blijven, als je 'budget' gaat, altijd kleine afwerkzaken over. Een ervan was het aflakken van een kastje, feitelijk een ombouw, om de gasmeter heen. Geen probleem, verder, die geven we een gewoon lakje. Dachten we.
Vlak bij ons zit een verfspecialist, die ons werd aangeraden door een van de werklui. Aangezien dat prettiger is dan een bezoek aan de hel (lees: Praxis/Gamma/Karwei), kozen wij ervoor, wetende dat een specialist duurder is, om toch deze winkel met een bezoek te vereren. En aangezien je een hele la, want je wilt dezelfde kleur, niet in de tram meetroont, hadden we ook weinig keus.
En het dient gezegd, het was een leuke winkel. Veel leuker dan de verfafdeling van bovengenoemde zaken. Had ik het woord 'hel' al gebruikt?
Hoe dan ook, een vriendelijke meneer hielp ons, en gaf ons uitgebreid advies. Daar hou ik van, dat is zoveel prettiger dan een kauwgomkauwende Negerlander. (Ja, ik realiseer mij ten volle dat dat een wel buitengewoon bevooroordeelde en stigmatiserende woordkeus is, en inaccuraat bovendien, want niet elke buitenlander is een neger. Maar minderheidlander klinkt zo PvdA. Ter mijn verdediging: mijn eigen liefje is een Negerlander, dus ha!)
Kleurstaal na kleurstaal passeerde ons oog, terwijl de goede man niet ophield te benadrukken dat we 'gewoon' antraciet wilden. In verfland bestaat 'gewoon antraciet' blijkbaar niet. Elke kleurstaal die we zagen bevatte ook de kleur blauw. Uiteindelijk vonden we een kleur, die was helemaal antaciet, en helemaal niet blauw, en die ging de meneer maken. En aan ons verkopen, voor niet minder dan 20 euro voor een kwart liter. Potver, zijn die Negerlanders toch voordeliger.
Het smeerde wel heerlijk, die spciaalzaak-verf. Alleen, eenmaal opgedroogd en tegen het badmeubel gehouden bleek:
Het was GROEN! (lelijk woord!) Geen groen gezien, niet in al die tijd die we in de verf-speciaal-zaak waren. Duizend kleuren bekenen. Geen een ervan was groen. Wij smeren het op onze ombouw, en verdomd als dat geen groen is.
Zucht. Het ziet ernaar uit dat ik binnenkort met la en deur van ombouw weer een bezoek ga brengen aan die vriendelijke meneer. Had ik al gezegd dat ik klussen haat?
Ik hou er echt heel erg niet van.
Maar het moet wel gebeuren. Onlangs hebben we een badkamer aangelegd. Niet zelf, dat lieten we doen. Trouwe volgers van mijn Pien weten dat dat geen kat-in-het-bakkie was, dat had wat voeten in aarde.
Maar het is allemaal gelukt, en nog redelijk binnen budget ook. Hoera!
Er blijven, als je 'budget' gaat, altijd kleine afwerkzaken over. Een ervan was het aflakken van een kastje, feitelijk een ombouw, om de gasmeter heen. Geen probleem, verder, die geven we een gewoon lakje. Dachten we.
Vlak bij ons zit een verfspecialist, die ons werd aangeraden door een van de werklui. Aangezien dat prettiger is dan een bezoek aan de hel (lees: Praxis/Gamma/Karwei), kozen wij ervoor, wetende dat een specialist duurder is, om toch deze winkel met een bezoek te vereren. En aangezien je een hele la, want je wilt dezelfde kleur, niet in de tram meetroont, hadden we ook weinig keus.
En het dient gezegd, het was een leuke winkel. Veel leuker dan de verfafdeling van bovengenoemde zaken. Had ik het woord 'hel' al gebruikt?
Hoe dan ook, een vriendelijke meneer hielp ons, en gaf ons uitgebreid advies. Daar hou ik van, dat is zoveel prettiger dan een kauwgomkauwende Negerlander. (Ja, ik realiseer mij ten volle dat dat een wel buitengewoon bevooroordeelde en stigmatiserende woordkeus is, en inaccuraat bovendien, want niet elke buitenlander is een neger. Maar minderheidlander klinkt zo PvdA. Ter mijn verdediging: mijn eigen liefje is een Negerlander, dus ha!)
Kleurstaal na kleurstaal passeerde ons oog, terwijl de goede man niet ophield te benadrukken dat we 'gewoon' antraciet wilden. In verfland bestaat 'gewoon antraciet' blijkbaar niet. Elke kleurstaal die we zagen bevatte ook de kleur blauw. Uiteindelijk vonden we een kleur, die was helemaal antaciet, en helemaal niet blauw, en die ging de meneer maken. En aan ons verkopen, voor niet minder dan 20 euro voor een kwart liter. Potver, zijn die Negerlanders toch voordeliger.
Het smeerde wel heerlijk, die spciaalzaak-verf. Alleen, eenmaal opgedroogd en tegen het badmeubel gehouden bleek:
Het was GROEN! (lelijk woord!) Geen groen gezien, niet in al die tijd die we in de verf-speciaal-zaak waren. Duizend kleuren bekenen. Geen een ervan was groen. Wij smeren het op onze ombouw, en verdomd als dat geen groen is.
Zucht. Het ziet ernaar uit dat ik binnenkort met la en deur van ombouw weer een bezoek ga brengen aan die vriendelijke meneer. Had ik al gezegd dat ik klussen haat?
Abonneren op:
Posts (Atom)