7 juli 2011

Kwaad

Momenteel is op Facebook een ware heksenjacht aan de gang. Wat is het geval? In de VS is een vrouw opgepakt die haar tweejarige dochter heeft omgebracht.

Dat leidt tot een indrukwekkend aantal berichten, die allemaal ongeveer deze strekking hebben: ophangen dat mens, zonder vorm van proces. Interessant is om te zien, dat het over het algemeen conservatieve Amerikanen zien die deze mening zijn toegedaan.

Een moord op een onschuldig kind leidt in elke maatschappij tot veelal perverse media-aandacht en hevige algemene verontwaardiging. Vanuit emotioneel oogpunt best te begrijpen. Een verlangen tot vergelding is weinigen vreemd. Wat me er echter aan frappeert, en in hoge mate stoort, is de ongenuanceerdheid. "No justice for ", is talloze malen te lezen.

Mensen die zoiets posten, gaan voorbij aan een aantal zaken. Ten eerste is een maatschappij die zich beschaafd wenst te noemen niet een maatschappij waarin mensen zonder vorm van proces veroordeeld of zelfs ter dood gebracht worden. De rechtsstaat waarin wij (nog) leven, die eenieder een eerlijk proces garandeert, is een van de peilers van onze beschaving.

Ten tweede gaat men volledig voorbij aan hoe de moordenaar tot zijn daad kwam. Ik wil op geen enkele wijze de daad zelf verdedigen, wel weet ik uit ervaring dat het maar zelden zo is, dat iemand een ander kwaad aandoet uit verlangen tot kwaad doen. Veelal zijn daders zelf getraumatiseerd, niet zelden door misbruik of mishandeling in het verleden. Zij kennen het verschil dikwijls niet tussen goed en kwaad. En als ze het wel kennen, dan vaak louter rationeel. Mensen die tot dit soort brute daden komen kunnen zich meestal niet verplaatsen in de ander, en voelen het kwaad niet dat ze aanrichten.

Nogmaals, ik wil niets goedpraten. Ik wil slechts betogen dat er ruimte moet zijn voor nuance, in plaats van iemand op basis van mediaberichten en geruchten zonder pardon te veroordelen. Kwaadaardigheid met voorbedachten rade is bij dit soort tragedies uiterst zeldzaam. Laat het oordeel aan de rechtbank - daarom zijn die er.

Hoe anders is dat in het dagelijks leven. Daarin worden we omringd door kwaadaardige mensen. Mensen die het verschil tussen goed en kwaad kennen. Die zich kunnen verplaatsen in de ander, en zich bewust kunnen zijn van het leed dat ze aanrichten. Maar die ervoor kiezen, willens en wetens, om dat te negeren. Die ervoor kiezen om leed aan te richten, omdat hun eigen gewin prevaleert over andermans ongeluk.

Veelal is dat gewin financieel. Hebzucht verblindt. De rekening voor de zogenaamde crisis, omdat heren bankiers en beurshandelaren en speculanten hun hand overspeelden is voor iedereen duidelijk. Veel te weinig aandacht, want veel te goed verborgen, is het leed dat zij aanrichten door uitbuiting en slavernij. Willens en wetens.

De ergste vorm van kwaadaardigheid komt voort uit machtswellust. Ik heb het niet over wrede dictators, die veelal gebaat zouden zijn bij hulpverlening en opsluiting. Tot de kwaadaardigste mensen reken ik politici. Politici die ervoor kiezen om louter uit electoraal gewin ervoor te kiezen om leed aan te richten. Door de zwaksten in de maatschappij verder te verzwakken. Door bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. Die bewust en openlijk voor hun kwaadaardigheid uitkomen. Die deze tot deugd verheffen. En die deugd, godbetert, uitdragen als wijsheid.

Ik prijs mij gelukkig dat ik in een land woon, waarin ik nog durf te hopen dat het ook anders kan. Waarin we dit soort kwaad kunnen bevechten zonder bloedvergieten. Maar we moeten wel opschieten.

30 juni 2011

Joden te weinig gediscrimineerd

De recente hetze tegen buitenlanders trekt een zware wissel op autochtone joden. Het Joods Overleg Orgaan Discriminatie laat weten zich sterk gediscrimineerd te voelen. Voorzitter Schmuck Eli vertelt in een interview in Elsevier: "Van oudsher zijn wij joden gewend het mikpunt van spot en verachting te zijn. Nu echter alle aandacht uitgaat naar buitenlanders, van wie het merendeel niet eens joods is, voelen wij ons onvoldoende gediscrimineerd."

Met name incidentele uitingen van jodenhaat door moslims wekt grote wrevel op. "Worden we eens fatsoenlijk beschimpt, gaat alle aandacht uit naar de daders!", beklaagt Eli zich. "Als joodse gemeenschap willen we niet weggezet worden als zeurpieten die klagen dat vroeger alles beter was, maar er zit wel een kern van waarheid in."

"In het huidige politieke klimaat van onverdraagzaamheid zou je verwachten dat wij joden ons helemaal thuis zouden voelen. Niets blijkt echter minder waar. Niemand zet ons weg als gevaar. Wij joden zijn weer de pineut. Dat vinden we niet koosjer (tof, red.)"

Eli laat weten inmiddels met diverse partijen in overleg te zijn. Graag zou hij zien dat de joodse gemeenschap wordt gepromoveerd tot allochtoon.

"Dat zou al een stuk schelen", betoogt Eli, "Discriminatie hoort nu eenmaal bij onze identiteit. Geef de joden terug aan onszelf."

29 juni 2011

Kabinet wil linksdragen verbieden

Een opmerkelijke proefballon steeg vandaag op uit het toch al daadkrachtige kabinet Rutte. Senator Loeter (51), die onlangs ondanks zijn duitse paspoort zonder al teveel media-aandacht de Eerste Kamer betrad, ontvouwde zijn plannen in reacties op de Hyves pagina van zijn dochter (13).

Uit een enquete afgenomen tijdens een toer van de Toppers door bureau peil.nl is gebleken, zo schrijft hij, dat een meerderheid van de aanwezige mannen hun geslacht rechts droeg.

Over de ruststand van het mannelijk geslacht is wetenschappelijk weinig bekend, maar algemeen wordt aangenomen dat links- en rechtsdragenden normaal verdeeld zijn. Dat wil zeggen, dat ongeveer evenveel mannen hun geslacht links danwel rechts dragen.

Op basis van deze enquete komt Loeter tot de verrassende conclusie, dat de voorkeurspositie van de penis de politieke kleur van de drager lijkt te volgen. Loeter, van origine econoom, stelt vast dat daaruit volgt dat een onevenredig deel van de mannen dat niet bij deze optredens aanwezig was, wel linksdragend moet zijn.

"Mark Rutte zei al dat het regeerakkoord er een zou worden waarbij rechts de vingers zou aflikken.", zo schrijft hij in zijn reactie. "Hoewel wellicht niet hygienisch, denk ik dat nu we toch aan het doorpakken zijn om ons land door de crisis te loodsen, en we moeten snijden daar waar het pijn doet, het een goed idee zou zijn linksdragen te verbieden. De linkse kerk heeft de afgelopen jaren al genoeg schade aangericht."

Over hoe hij een dergelijk verbod wil effectueren blijft Loeter evenwel onduidelijk. Tussen de regels door laat hij doorschemeren dat het een ritueel zou moeten worden, dat op basisscholen moet worden ingevoerd. Over al dan niet verdoven laat hij zich vooralsnog niet uit.

SGP wil begrip vrouw oprekken

In navolging van gedoogpartner PVV, die te kennen gaf het begrip allochtoon op alle niet-Joods-Christelijke Nederlanders te willen toepassen, komt de SGP met het voorstel ook het begrip 'vrouw' op te rekken.

Woordvoerder Jozef Timmermans licht toe: 'Het huidige onderscheid tussen man en vrouw leidt tot een scheef beeld van onze werkelijkheid. Wij zijn een bestuurspartij, en zoals u weet is besturen een mannenkwestie. We zien met name bij partijen van linkse signatuur veel mensen die als man te boek staan, maar ons inziens als vrouw denken en handelen. Het lijkt ons goed hen als vrouwen te registeren, zodat wij hen op basis van ons partijprogramma kunnen negeren. Het verwijt dat wij dat nu ook al doen wordt daarmee ook meteen weggenomen.'

Ook buiten de politieke kaders ziet de SGP aanzienlijke voordelen. Als het voorstel wordt aangenomen zullen ook homo's, onderwijzers, verplegers en kunstenaars als vrouw te boek worden gesteld. Timmermans vervolgt: 'Deze mensen houden zich al dan niet beroepsmatig bezig met zaken die in de schrift zijn voorbehouden aan vrouwen, die zoals u weet per definitie sneller tot de zonde worden verleid. Hen te kunnen beschouwen als inferieur schept duidelijkheid, die het maatschappelijk debat ten goede komt.'

Tenslotte laat Timmermans weten dat de SGP zich momenteel nog beraadt over vrijwilligers, chronisch zieken en 65-plussers.

Aantijgingen dat de SGP hiermee zou discrimineren werpt de partij verre van zich. 'We moeten nu eenmaal onder ogen zien dat wij niet langer leven in een tijd, waarin mensen gelijk zijn.', zo laat de partij weten.

7 juni 2011

Dikkie Dik en de barbecue

Dikkie Dik zit in de tuin. De zon schijnt. Het is heerlijk warm in de zon. Het baasje is thuis, en de kinderen ook. Vanochtend waren ze weg, met de auto. Toen kwamen ze terug. Ze hadden een heleboel tassen bij zich. Vader lachte een beetje raar.

Er komen steeds meer mensen bij. Het wordt een drukte van jewelste in de tuin. Dikkie Dik's baasjes zijn er helemaal opgewonden van. Ze lopen heen en weer met stoelen en tafels. En eten. Heel veel eten. Dikkie Dik kan het vlees ruiken. Maar Dikkie Dik heeft geleerd, dat hij er niet aan mag komen. Dus dat doet Dikkie Dik niet. Hij is een brave poes.

Hij zit bij de keukendeur, en kijkt naar al die mensen. Daar ziet hij het bazinnetje van Naima. Naima is een leuke meisjespoes. Dikkie Dik is een beetje verliefd op haar. Maar dat is ook gek. Naima's bazinnetje komt bijna nooit buiten. Ze heeft allemaal blauwe plekken op haar armen. En korstjes in haar gezicht. Maar toch is ze heel vrolijk. Het baasje van Naima is nergens te bekennen.

Plotseling ruikt Dikkie Dik iets raars. En Dikkie Dik ziet rook! Dikkie Dik schrikt er een beetje van. Maar iedereen is nog vrolijk. Opeens ziet Dikkie Dik het: het baasje is bezig met vuur te maken, op een soort tafel. Hij kijkt helemaal niet blij. Blijkbaar gaat het niet zoals het baasje wil. Hij zwaait driftig met een blik, dat hij in zijn handen heeft. Af en toe knijpt hij erin. Dan spuit er allemaal vloeistof uit het blik, en dan doet de stinkende tafel heel even van 'woesj!'. En zijn er vlammen. Heel eventjes. Daarna kijkt het baasje nog bozer.

'Wacht', denkt Dikkie Dik, 'misschien kan ik het baasje helpen.'. Dikkie Dik trippelt voorzichtig tussen de mensen door. Sommigen aaien hem over zijn ruggetje. Dat vindt Dikkie Dik best lekker.

Dikkie Dik loopt naar het baasje toe. Hij geeft het baasje een paar kopjes tegen zijn been. 'Niet nu', zegt het baasje tegen hem. Dus Dikkie Dik loopt naar de rokende tafel toe. Heel even denkt Dikkie Dik 'zal ik erop springen?' Maar doet hij toch maar niet. Dus Dikkie Dik loopt maar om de tafel heen. Hij bekijkt hem van alle kanten, en probeert zo dichtbij mogelijk te komen. Maar hij ziet niets. Dan voelt Dikkie Dik iets raars. En hij ruikt iets raars. Oh jee, wat gebeurt er nu? Het puntje van Dikkie Dik zijn staart heeft vlam gevat! Dikkie Dik schrikt zich een hoedje! Snel holt hij op het baasje af. Hij probeert de aandacht van het baasje te trekken. Hij geeft het baasje heel hard kopjes tegen zijn been. 'Help, baasje, mijn staart staat in brand!' "Rot op, stom beest!", schreeuwt het baasje tegen hem. En het baasje schopt naar Dikkie Dik. Dikkie Dik springt weg. Mis! 'Maar baasje', denkt Dikkie Dik. Hij is een beetje in paniek. En hij holt snel weer op het baasje af. Dan richt het baasje het blik op Dikkie Dik. En hij spuit. Een dikke straal aanmaakvloeistof komt eruit. Pardoes over Dikkie Dik heen. En zijn smeulende staartje.

Dag Dikkie Dik, tot de volgende keer.