11 juli 2008

Filmtip

Filmtip voor vanavond: Il ladro di bambini. Italiaanse, sentimentele 'feel-good' film uit 1992. Ooit in de bioscoop gezien en ik kwam blij weer naar buiten. Ja, blij. Metroman-blij. Er wordt niet in gedetoneerd, geprofaneerd of gecopuleerd. Er komen geen FBI agenten in voor (wel een echte agent). De actices zijn niet gebotoxt of anderszins bewerkt. De acteurs zijn niet sportschool after-shave reclame.
Uiteraard wordt een film zoals deze, zoals alle kwaliteitsilms die hun weg naar TV vinden, op een onchristelijk laat tijdstip uitgezonden. Maar zeg dus niet dat je het niet wist..

Over metroman-blij wellicht later meer. Ben ik wel een metroman? Onzekerheid! Kijk, aan dat criterium voldoe ik alvast ;-P

8 juli 2008

Hij doet het niet

Stel je eens voor dat je werkt in een garage.

Een man komt aangereden in zijn auto. Hij loopt op je af en vertelt: "hij doet het niet". Je zag hem net toch echt komen aanrijden, en je vraagt vriendelijk: 'wat doet het niet?' De man wijst naar zijn auto: "mijn auto". Je vraagt de man 'kunt u aangeven wat aan de auto het niet doet?' De man antwoordt geirriteerd: "ja, als ik dat wist zou ik niet naar de garage komen. Ik heb er geen verstand van." Een lichte moedeloosheid begint zich van je meester te maken, niet wéér zo een! Je trekt je gezicht in de vriendelijkste plooi en stelt dezelfde vraag, maar dan anders: 'kunt u misschien zeggen waaraan u merkte dat hij het niet deed?' Waarop de man antwoord: "Nou daarnet de hele tijd en toen weer niet". 'Wat niet, meneer?' "Nou, dat ie knippert, dat zei ik toch?" 'Nee dat had u nog niet verteld. Wat knippert er dan precies?' "Nou, gewoon, alles." 'Alle lampjes knipperen?', vraag je. "Nee, dat zeg ik toch niet? Alles knippert gewoon."

Je probeert je, zonder veel hoop, maar toch, voor te stellen wat hij bedoelt. 'Weet u misschien nog wanneer u het voor het eerst zag?' De man trekt een moeilijk gezicht. "Nee. Maar vanmorgen deed ie het weer". Nu begint er iets te dagen. 'U bedoelt vanmorgen toen het regende?' "Ja, dat kan best". Je opent het portier, start het contact en zet de ruitenwissers aan. 'Gaat u er nu nog eens inzitten, en vertelt u mij of dit is wat u bedoelde' De man neemt plaats. Na enig aarzelen zegt hij "ja, dat was het volgens mij" 'Meneer, dat zijn de ruitenwissers. Die gaan in dit model vanzelf aan als het regent.' "Oh, dat wist ik niet. Ik vind het maar stom", zegt de man, en hij rijdt weer weg.

Dit verhaaltje is niet echt gebeurd. Sterker, het is slechts een metafoor. Ik verzeker je, zoals de garagemedewerker zich voelde, zo voelt het ook als je op een computerhelpdesk zit.

21 juni 2008

oh Ko Mo Do

Naarmate je ouder wordt denk je steeds vaker dat je alles al gezien hebt. Dat is natuurlijk onzin. Zelden werd ik daar harder mee geconfronteerd dan gisteren. Ik zag de film 'The curse of the Komodo'. Ik hou van slechte films. Nooit, nee nooit, had ik in mijn verwrongen brein ook maar kunnen concipieren dat er een film bestond die wel zo afgrijselijk verbijsterend slecht zou bestaan als deze. Eerder schreef ik over Poultrygeist. Die was serieus opzettelijk beroerd. Vergeleken met deze Komodo film was hij Oscar-waardig.

Niet zonder grappige momenten. Zo blijkt dat je met een handvuurwapen minstens 200x kan schieten op een brullende hagedis uit een computerspel, alleen dan groter. Dat de reden daarvoor een '38% biological increase' is. Ja, dat is heel wat. Met de nadruk op WAT?. Het moge duidelijk zijn dat wie met een 'wetenschapper' op pad gaat, en laat duidelijk zijn dat wetenschappers uitsluitend exotische plaatsen zoals tropische watervallen bezoeken, uiteraard even gaat zwemmen. Topless. Daar was beslist sprake van een grotere toename dan 38%, en beslist niet-biologisch. Daar tegenover stond de wetenschapper aan de oever, die wat aanrommelde met een plastic beker en er iets 'plus 600%, oei oei' uit concludeerde. Daarna veel geschiet, er waren ook casino-overvallers en een helicopter betrokken. Volgt u mij nog? Ik was al afgehaakt. Het schijnt dat er een film Komodo vs Cobra bestaat. Wil ik dat weten?

19 juni 2008

Niet die knop

Zat vanavond naar Alien te kijken. Een favoriete film van mij. Zelfs na al die jaren -hij is al van 1979!- kan ik er geintrigeerd naar kijken, en hij bezorgt mij nog kriebels. Dat is toch wel een kenmerk van een goede film.

Nu goed, feit blijft dat je weet wat er gaat gebeuren, dus heb je ook tijd om op andere dingen te letten. Zoals: hoe groot is die alien nu eigenlijk? In de ene scene pak 'em beet een meter of twee-en-half. In de volgende scene echt metersgroot. Intrigerend.

Maar ik wil het over meer praktische zaken in de film hebben. Op een gegeven moment besluiten ze om -verrassing!- dan maar het hele schip op te blazen. Ik weet niet of de NASA shuttle het heeft, maar alle andere door mensen gemaakte ruimteschepen hebben, zoals iedereen weet, wel zo'n systeem.

Wie de film kent, en foei als je hem niet kent!, weet dat je zo'n systeem niet zomaar kan aanzetten. Je moet knoppen indrukken, aan hendels draaien, sleutels omdraaien, etcetera. Nog een heel gedoe. Zoveel gedoe zelfs, dat het niet lukt om dit binnen de nog resterende tijd in omgekeerde volgorde nog eens te doen. De mensen die de film niet gezien hebben moeten die laatste zin maar even negeren. En de komende regels ook.

Ik spoel nu even vooruit naar de bijna-laatste scene in het ontsnappings-vaartuig. Want potverdorie, die buitenaardse engerd heeft vedikkeme ook zijn toevlucht daarin genomen. Best vervelend, al is het vanuit zijn standpunt wel te begrijpen - tegen zoveel opblazen is geen Rennie gewassen. Sigourney -pardon- Ripley heeft zich net uitgekleed, en huppelt rond in een voor 1979 wel minuscuul slipje. En ziet ineens onze ongewenste vriend op de kast zitten. K#t! Dus ze trekt -heel slim- een ruimtepak aan, en gespt zich vast in een stoel. Ze lokt onze ongenode gast uit zijn schuilplaats en PATS geeft een klap op de knop van de buitendeur. Die springt open. Daarbuiten: ruimte, vacuum. Explosieve decompressie! Hoppa, daar wordt onze zure vriend het heelal in gezogen. Heel slim.

Waar ik het hier even over wil hebben is veiligheid. Ik wil niet in de stoel van Van Vollenhoven gaan zitten, maar wat me aan deze 'ramp' opviel wil ik niet onvermeld laten. Je zou denken, dat men op zo'n ruimteschip uitgebreid aandacht besteedt aan de veiligheid van de bemanning. En de procedure om het schip op te blazen was dan ook voorwaar geen sinecure. Er moest een aantal knoppen worden ingedrukt in de juiste volgorde. Er moest aan diverse hendels getrokken worden. Waarna weer knoppen volgden. Waarna niet een, niet twee, nee liefst vier aparte sleutels moesten worden omgedraaid die weer toegang gaven tot andere knoppen. Pas toen was het 'self-destruct' commando gegeven. Je zou denken: daar is beslist over nagedacht.

Maar in dat ontsnappingsvaartuig volstond het om met één druk op de knop iedereen de ruimte in te blazen! Lekker dan! Je zal net even je kop koffie verkeerd neerzetten...

Hier is denk ik nog wel ruimte voor verbetering.

9 juni 2008

Schwalbe

Het gaat beginnen! Zie ze over de grasmat rennen, al die jongvolwassen miljonairs. De eensgezindheid straalt van onze jongens, hun namen weerklinken, Dirk, Giovanni, Khalid. Het fluitsignaal klinkt. Kijk ze eens gaan! In niets doen ze nog denken aan die vervelende rotjochies die zij ooit waren op school. Schop de bal erin, mannen! Het spel golft heen en weer, kansen zijn er aan beide kanten. Maar wacht, wat gebeurt daar? Met een ijselijke gil stort een van onze jongens ter aarde. Met een van pijn verwrongen gezicht grijpt hij naar zijn enkel. Te oordelen aan zijn geschreeuw kan het niet anders of voor amputatie moet worden gevreesd. Wat is er gebeurd? En kijk eens naar die verdediger, wat een gemene rotkop heeft die. Welke misdadige streek heeft deze loensende mafioso geleverd? Gelukkig, daar spoedt de arbiter, wiens schuld het straks zal zijn dat een der partijen verliest, zich reeds naar de plek des onheils. Uit tienduizenden dronken kelen weerklinkt de roep om zijn pimpelpaars verdict. Daar wenkt hij de broeders, die op een draf met hun brancard het veld inrennen. Maar laat ons toch zien, wat er is gebeurd! Het ging allemaal zo snel! De herhaling zal het uitwijzen. Daar zien we hoe onze held samen met die mediterrane messentrekker in volle spurt naar de bal toe snelt. Hoe die gemenerik pardoes tegen de schouder tikt van onze ongelukkige. Hoe dit, middels zenuwbanen tot nu toe aan de wetenschap onbekend, resulteert in een onverdraaglijke pijn aan het been van onze vermetele aanvaller. Wat een lelijke streek! In tergende slow-motion is van het gelaat van de getroffene af te lezen dat het misschien wel een wonder mag heten dat hij nog leeft. Einde van de herhaling. Op het veld ontwart zich langzaam de kluwen spelers, die zich allen zeer opwinden en de tegenstander nog altijd luid en verongelijkt toeroepen. Thuis vanuit onze stoel hopen we vooral, dat men in staat zal zijn de ledematen van de getroffene bijeen te rapen, opdat deze wellicht weer aangezet kunnen worden. Maar waar is het slachtoffer toch gebleven. Wacht eens, is hij het daar niet, met nummer acht? Het is een wonder! Daar loopt hij alweer! Wat een wilskracht! Wat een incasseringsvermogen! En kijk eens aan: daar loopt gever van de doodschop met een betraand gezicht het veld af. Rood. Als een treurende Van Gogh slentert hij de grasmat af. Een oor aangenaaid.